November 28, 2009 by Jan Stedehouder
Comments (3)
lms, migratie, open source werkplek, training
In een nieuw artikel onderzoek ik wat mogelijkheden om de ondersteuning van nieuwe gebruikers van vrije en open source sofware te verbeteren. Mijns inziens is de inzet van fora en wiki's prima maar zijn deze beperkt om een nieuwe generatie gebruikers goed te helpen. Learning Management Systemen zijn een betere oplossing omdat deze kennis en vaardigheden gestructureerd kunnen aanbieden. Een andere oplossing wordt al geboden door Manuals Fountain van Marc Barteling.
In het artikel kijk ik ook voorbij de horizon van de inzet van LMS, naar een intelligente, in de desktop geïntegreerde trainer en de voordelen die dat kan hebben voor migratieprojecten. De eerste bouwstenen liggen er al, bijvoorbeeld in het concept van de sociale desktop.
November 25, 2009 by Jan Stedehouder
Comments (0)
Hoe zou ik me voelen als ik verantwoordelijk was voor de uitvoering van een prachtig beleidsprogramma, maar vervolgens (1) merk dat ik nauwelijks instrumenten heb om de doelstellingen te realiseren, (2) mijn opdrachtgever parallelle besluiten neemt die niet bijdragen tot verbetering van de situatie, (3) ik daar ook niet al te veel over mag zeggen in het publieke debat en (4) vervolgens wel wordt afgerekend op het niet behalen van de doelstellingen? In mijn dagelijkse werk, waarbij mijn collega's proberen een zeer moeilijke groep mensen weer op het rechte pad te krijgen, zou ik dat niet accepteren. Duidelijkheid, eerlijkheid, openheid, het bieden en krijgen van rugdekking en het toerusten met de juiste bevoegdheden en instrumenten zijn zo wat sleutelbegrippen die dan door mijn hoofd schieten. En volgens mij maakt het domein waarop je dan opereert niet zo heel veel uit.
Sympathie én kritiek
Vanuit dit perspectief is er zeker sympathie voor de taaie klus die het Programmabureau NOiV voor de kiezen heeft gekregen, en dan hebben we het nog niet over (5) het gegeven dat grote delen van het overheidsapparaat helemaal niet zit te wachten op open standaarden en open source software en (6) dat diezelfde overheid op het gebied van grote ICT-projecten ook niet echt een 'triple A' reputatie hoog hoeft te houden. Die sympathie staat kritiek overigens niet in de weg. Laag voor laag wordt het publiciteitsvernis rond de uitvoering van het actieplan afgepeld en Brenno de Winter speelt daar een grote rol bij. Met zijn WOB Open source, met zijn onderzoek naar de digitale werkplek rijksoverheid, met zijn publicatie over het open standaardenbeleid. Mijns inziens moet de uitvoering van het voorliggende actieplan, zelfs met haar zwakheden, een stuk beter en is dat ook mogelijk. En, dat mag ook gezegd worden, er zit beweging in. Zowel Frans Nauta als Erik Gerritsen zijn aangeschoven bij Open 2.0, er komt een dialoog op gang, er komt reactie op kritiek. In retrospect zal 2009 wellicht niet als beste jaar voor het programmabureau en het actieplan te boek staan, maar dat is niet anders. Het streven naar 'mooi nieuws' is ten koste gegaan van een realistische duiding van de reële problemen op de werkvloer van de overheid die een acceptatie en implementatie van het open streven in de weg staan. Nu die sluier grotendeels is weggerukt kunnen we met de brokstukken aan het werk.
Open 2.0 als draaischrijf
Open 2.0 is al genoemd en het is goed te zien dat onze nieuwe hub gestaag groeit. Eerder schreef ik over Open 2.0 het volgende:
Wouter Tebbens heeft in een e-mail bericht het woord ‘hub’ geïntroduceerd voor een soortgelijk platform bij FKI en daarmee wordt in een woord de plaats van Open 2.0 gevat. Het is geen overkoepelend platform, geen grote bijéénbrenger, maar een plek waar kennis, informatie en discussie samen kunnen komen. Open 2.0 ontwikkelt zich tot een nieuw ankerpunt waar vrij, open en transparant de sleutelwoorden zijn. Het begrip ‘hub’ omvat samenwerking, uitwisseling van kennis en informatie, de kans op met wisselende partners projecten op te zetten en grote flexibiliteit. Het is misschien ook maar goed dat Open 2.0 geen paraplu of koepelorganisatie wil zijn. Koepels krijgen al snel een eigen dynamiek, met eigen belangen en dat leidt eerder tot verstarring.
Het is bijzonder te zien hoe snel het concept wordt opgepakt en nieuwe mensen zich aanmelden, voor ondersteuning bij het beheer, voor het ontwerpen van een log, voor het schrijven van eerste bijdragen, voor het aanbieden van hulp. Open 2.0 is daarmee een mooi raamwerk voor een volgend initiatief, de werkgroep NOiV 2.0.
Werkgroep NOiV 2.0
Zoals gezegd, ik ben van mening dat de uitvoering van het voorliggende actieplan beter kan. Maar dat verandert niets aan de structurele zwakheden die in het plan zijn ingebakken. Dat is geen verwijt aan de opstellers. Ik kan mij voorstellen dat de huidige formulering het maximaal haalbare was en gezien de enthousiaste reacties in het buitenland heeft het plan in haar huidige vorm een belangrijke voorbeeldfunctie. Op Open 2.0 schreef ik over die zwakheden:
Het plan gaat erg uit van verleiding, het stimuleren van de goede wil en positieve beeldvorming. Het plan is geformuleerd voor de publieke sector, maar ondertussen is de werkelijke reikwijdte beperkt tot de rijksoverheid (al wordt via omwegen geprobeerd de decentrale overheden, zorg en onderwijs mee te krijgen). De politieke aandacht (lees: de prioriteit op de agenda van de Tweede Kamer) is beperkt. Terugwijzen naar de unaniem geaccepteerde motie Vendrik is mooi, maar die motie is bijna deel van de parlementaire geschiedschrijving.
Degenen die een van mijn presentaties over de haalbaarheid van een open source werkplek hebben bijgewoond weten inmiddels dat ik duidelijkheid en daadkracht belangrijke succesfactoren acht. Duidelijkheid over de doelstellingen, politieke en bestuurlijke ruggengraat bij de uitvoering en geen gedoe over 'explain' maar gewoon 'comply'. Die mening komt niet uit de dikke duim maar is een indikking van de bevindingen vanuit migratieprojecten elders.
Dit actieplan loopt door tot 2011. Het politieke landschap zal op zijn laatst in dat jaar een wijziging ondergaan. Zal er een vervolgplan komen? En welke doelstellingen gaan daar dan in komen? Rustig afwachten lijkt me geen verstandige optie. In de Tweede Kamer staat het open gebeuren niet hoog op de prioriteitenlijst. Arda Gerkens (SP) lijkt zich daar als enige nog druk over te maken. Waar zijn de andere fractiespecialisten? Wie zijn dat eigenlijk? Dat laatste was een vraag die me al tijdje geleden werd gesteld en die ik graag herhaal. Het illustreert de noodzaak om nu te beginnen met investeren in het volgende actieplan, voor het gemak NOiV 2.0 gedoopt.
De Werkgroep NOiV 2.0 wil zich de komende periode bezig houden met (1) het formuleren van realistische doelen rond het gebruik van open standaarden en open source software voor een periode van vijf jaar, (2) het identificeren van noodzakelijke wet-/regelgeving, wijzigingen in sleuteldocumenten en andere maatregelen om daadwerkelijk in de publieke sector die doelen gerealiseerd te krijgen en (3) het voeren van een actieve campagne om die maatregelen hoog op de politieke agenda te krijgen.
Het streven is om een actieplan NOiV 2.0 tot stand te brengen en geaccepteerd te krijgen dat vooral gebaseerd is op realistische 'comply and commit'.
Al nadenkend over de omvang van het werk begint het wel te duizelen. Wat is er voor nodig om het onderwijs in beweging te krijgen? Hoe doorbreken of veranderen we de rol van de centrale dienstverleners die scholen in de ijzeren greep van een vendor-lock houden? Hoe geven we bredere ICT-vaardigheden een plaats in het basisonderwijs, het middelbaar onderwijs en de lerarenopleidingen? Welke verbeteringen zijn nodig in het open standaardenbeleid, bij de formulering van aanbestedingen? Hoe scheppen we een 'level playing field' waarop aanbieders van open, gesloten en hybride oplossingen op gelijkwaardige gronden mogen, kunnen en moeten meespelen? Wat zijn de knelpunten binnen het ambtelijke apparaat? Procesmatig, tussen de oren, digitale geletterdheid? Welke speelruimte is er om decentrale overheden, onderwijs- en zorginstellingen mee te krijgen en hoe kunnen we die speelruimte vergroten? Hoe komen we van 'comply or explain' naar 'comply', oftewel, hoe halen we de vrijblijvendheid uit het komende actieplan? Wat is realistisch haalbaar?
Nadenken over een nieuwe horizon
Misschien ben ik wat al te optimistisch, maar ik ben ervan overtuigd dat de antwoorden voor het oprapen liggen. Het Programmabureau NOiV moet een beeld hebben van de taaiheid in het meekrijgen van het ambtelijk apparaat en waar die taaiheid uit bestaat. In het open domein zijn heel wat mensen actief die een grote betrokkenheid hebben bij 'open' in haar vele gedaanten en die ook niet blind zijn voor de realistische vraagstukken die het nastreven van hun ideaal in de weg staan. Is het zo vreemd als ik bij de discussie over die horizon naast de open gemeenschap ook een ICT~Office of Centric wil betrekken, in het volle besef dat de toekomst over vijf jaar toch hybride is?
In het centrale gedachtengoed van 'open' vinden we: 'If you have an itch, you scratch it'. Goed, het gaat in eerste instantie over de ontwikkeling van software, maar een bredere toepassing is niet verkeerd. Een ander uitgangspunt is: 'release quick, release often'. Zo kan de werkgroep NOiV 2.0 het beste worden bezien: een vroege formulering van ruwe gedachten over een beter, steviger en realistisch beleid gericht op open standaarden en open source software. Voel je vrij om mee te denken.
November 18, 2009 by Jan Stedehouder
Comments (3)
noiv, overleg, frans nauta, ez
Net binnengerold in de digitale brievenbus, de uitnodiging voor de bijeenkomst van EZ en NOiV op 3 december aanstaande:
EZ en NOiV nodigen u uit voor een open middag op donderdag 3 december in aanwezigheid van staatssecretaris Heemskerk. Deze middag vindt plaats op het Ministerie van Economische Zaken.
De open middag start om 14.30 uur met een sneak preview van de resultaten van onze jaarlijkse monitor, een onderzoek naar hoe overheden scoren ten aanzien van de implementatie van NOiV. Een koploperorganisatie licht kort enkele best practices toe en er is ruimte in het programma voor leerervaringen en het perspectief vanuit het bedrijfsleven. Frank Heemskerk sluit de middag af. Om 15.45 uur start de borrel.
Graag gebruiken we de borrel om met u op informele wijze ideeën uit te wisselen over de vraag 'Met welke acties kunnen we de meeste meters maken waar het de uitvoering van het NOiV-beleid betreft'. Daartoe kunt u ook contact opnemen met Frans Nauta, frans@nauta.org, ambassadeur open standaarden en open source software.
U meldt zich aan voor deze middag door deze mail te beantwoorden met uw contactgegevens.
Tot ziens op donderdag 3 december!
Aanmelding kan Anushka Surahi, Anuskha.Soerahi@noiv.nl
Aanvulling op de NOiV site: Bij het bezoek aan het ministerie van EZ dient een geldig identiteitsbewijs (paspoort, ID-kaart of rijbewijs) te worden getoond.
November 16, 2009 by Jan Stedehouder
Comments (0)
Op de site van Social Innovation Conversations staat een interessante podcast over Bazaar Management. Het moet onderdeel zijn van een serie met daarin interviews rond het thema Bazaar Management, rond de vraag hoe je open gemeenschappen kunt managen. In deze podcast wordt Premal Shah van Kiva aan het woord gelaten. Kiva is een peer-to-peer community voor microkredieten. Premal vertelt hoe open source tools helpen bij het opbouwen en onderhouden van de gemeenschap, maar ook welke rol mensen spelen. Een aanrader.
November 16, 2009 by Jan Stedehouder
Comments (2)
open source software, open standaard, open content
Naar aanleiding van onze aankondiging over Open 2.0 op LinkedIn kreeg ik de volgende vraag (de vraag en de daaropvolgende uitwisseling verliep via de persoonlijke berichtendienst van LinkedIn, ik heb dus alle identificerende kenmerken van de vraagsteller verwijderd):
Jan, ik begrijp niet waarom Linkedin niet open is. Iedereen kan zich toch inschrijven? En je hoeft niet alles prijs te geven aan Linkedin (als je dat niet wilt).
Een heldere vraag. Waarom een nieuw platform beginnen als LinkedIn op zich open staat voor aanmelding voor eenieder die dat wil? Mijn antwoord was als volgt:
Ja en nee. LinkedIn is toegankelijk voor eenieder die zich in wil schrijven. Bij de registratie krijg je een kleine collectie vragen voorgeschoteld met de aanduiding dat de informatie verplicht is. Dat is te omzeilen maar dat is niet duidelijk aangegeven. Wij merken nu al dat niet iedereen in het open domein op die vragen zit te wachten.
Om de discussies in een groep te kunnen lezen moet je vervolgens afzonderlijk bij de groep aangemeld zijn. Dat is op zich een kleine drempel maar betekent ook de informatie in die discussie niet open is in de zin van 'verspreidbaar, deelbaar'. Ik merkte dat direct bij de discussie over de weggevallen consultatiedag tussen het PB NOiV en de open gemeenschappen. Niet alle lezers van mijn blog konden de meldingen in de NOiV LinkedIn groep lezen omdat ze én niet waren aangemeld bij LinkedIn en niet bij de NOiV groep. Kortom, content wordt 'vastgehouden' achter twee lagen.
Op de derde plaats is het platform zelf niet open. Ongetwijfeld werkt LinkedIn met API's maar de broncode is niet beschikbaar en de content valt onder traditionele auteursrecht. Bij promotie van open source en open standaarden wordt dat al snel opgemerkt en krijgen we de vraag "Waarom maken jullie gebruik van een gesloten platform?".
Open 2.0 draait op een open source platform (Elgg), de content komt onder een open licentie (er moet nog even gekeken worden waar we precies voor kiezen) en alle discussies zijn open in te zien (beter wellicht, zijn publiek). Voor deelname aan de discussies is wel registratie vereist maar dat gaat niet verder dan gebruikersnaam, wachtwoord, e-mail adres. Het invullen van het verdere profiel is optioneel.
Alvorens hier verder op in te gaan eerst even het antwoord van de vragensteller:
Duidelijk(er), Jan. Ik merkte in facebook (voor vrienden en familie) dat ik een hyperlink van fotos toch kan doorsturen (daarvoor hoef je niet bij facebook zijn aangemeld). Daarnaast bemerkte ik dat ik toch vindbaar ben in google, terwijl ik dat niet wil...Open en transparantie heeft zijn grenzen.
Ik zou vermoeden dat Linkedin met open source software is gebouwd. Ik ben van blogspot naar wordpress overgestapt, dat verliep redelijk pijnloos (via een XML standaard). Wat is de standaard die Linkedin zou moeten ondersteunen?
Waar het auteursrecht valt, kan ik niet direct achterhalen. Waarom je Open 2.0 bouwt, begrijp ik niet helemaal. Je bouwt iets na wat er is al is, maar nog niet helemaal voldoende open voor je is? Ik vraag me af hoeveel deelnemers van Linkedin dat zal interesseren.
Volgens is dit wel een interessante casus voor de Open 2.0 gemeenschap. De tweede paragraaf in het laatste antwoord laat mijns inziens zien dat het verschil tussen open standaarden (wat de uitwisseling van gegevens mogelijk maakte) en open source software nog niet goed wordt gezien. Nu wil een deel van de FOSS gemeenschap ook graag dat open source software en open standaarden als een siamese tweeling door het leven gaat, maar dat is natuurlijk niet zo. Het wordt wel vervelend als het gebruiken van een open standaard het beeld gaat opleveren dat de applicatie ook open is. Ik bedoel, Microsoft Office 2007 ondersteunt ook ODF maar is verder een gesloten programma.
De laatste paragraaf moet ook aan het denken zetten. Wanneer is 'open' open genoeg? Een soortgelijke discussie ontstond rond mijn boekje 'Open source en open standaarden. Voor niets gaat de zon op?'. Hoe kan het dat een boekje over 'open' zelf niet onder een open licentie is uitgegeven? Een vraag die ik snap en waarop ik wel een antwoord heb. Maar moeten we wel voortdurend een maatstaf neerleggen van wel/niet open genoeg? Of komen we dan terecht bij het 'continuüm van open' wat bij de draft van het European Interoperability Framework v2 weer heeft geleid tot het vervangen van 'open standaarden' door 'open specificaties'?
Wat denken jullie?
November 15, 2009 by Jan Stedehouder
Comments (0)
transparante zaken, noiv, column
Tja, dit was de titel van een column waar ik al een paar dagen op aan het broeden was. Ik bedoel, het zal toch maar weinigen zijn ontgaan dat ik deze periode een kritische volger van het programmabureau Nederland Open in Verbinding ben, dat ik graag zie dat de betrokkenheid van de vrije en open source gemeenschap wat beter en transparanter wordt georganiseerd en daar ook nog wel wat suggesties voor heb. Om weer een stukje openheid te realiseren ben ik wat vragen gaan stellen over de follow-up rond het overleg dat staatssecretaris Heemskerk met een aantal vrije en open source organisaties heeft gehad. Immers, in het verslag (PDF) van dat overleg (7 mei 2009) stonden de volgende afspraken:
Na de toelichtingen op de ideeën wordt afgesproken om in september weer een bijeenkomst te organiseren. Voor de zomer zal programmabureau NOiV laten weten met welke ideeën nog dit jaar een start gemaakt kan worden binnen het NOiV programma 2009. Sommige ideeën passen beter binnen Digivaardig & Digibewust. In dat geval zal het programmabureau contact leggen met ECP. In de vergadering van september wordt een kort statusrapport per project met de staatssecretaris besproken.
Het leven is geen sprookje
Sprookjes hebben weinig met de realiteit te maken en de realiteit eindigt niet vaak met: "Ze leefden nog lang en gelukkig". In de journalistieke werkelijkheid ga je dan vragen stellen, heel vriendelijk en geduldig, en dat deed ik dan op 19 oktober. In concreto gingen de volgende vragen naar het ministerie van Economische Zaken:
In een mooie film komt dan per ommegaande antwoord, maar dit was geen film. Op 30 oktober nog maar eens een vriendelijke herinnering gestuurd. Ondertussen was vanuit een aantal vrije en open organisatie wel duidelijk gemaakt dat zij niet wisten wat er met hun input was gebeurd, ze verder geen contact meer hadden gehad met EZ of NOiV en dat het afgesproken overleg niet had plaatsgevonden. Oeps, een staatssecretaris die zijn afspraken niet nakomt!
Je schrijft voor Transparante Zaken of niet en dan moet je ook open en transparant verder. Maar even een vervolgberichtje op 9 november, ditmaal zowel naar EZ als NOiV, met een derde herhaling van de vragen en de melding dat ik nu naar een concreet artikel toewerkte. Bij voorkeur met reactie van EZ. En dan gaat het opeens heel snel, het leek wel een sprookje. Op 10 november was daar het langverwachte antwoord van Economische Zaken, waar NOiV het ook verder bij wilde laten:
Sprookjes worden bijvoorbeeld gekenmerkt door het gebrek aan duidelijke kenmerken voor wat betreft plaats en tijd. Nu snap ik ook wel dat het niet netjes is om met derden te spreken over voorstellen die zijn ingediend voordat de indieners zelf op de hoogte zijn (al ben ik persoonlijk wel voorstander voor een meer open en transparante discussie over de voorstellen, maar dat zal geen verrassing zijn). Maar het zou wel prettig zijn als het geheel wat specifieker beantwoord was. Met welke indieners hebben bijvoorbeeld al gesprekken plaatsgevonden rond de concretisering? Op welke termijn mogen de indieners het volgende gesprek met de staatssecretaris verwachten? Zijn er al gesprekken geweest over het onderbrengen bij Digibewust/Digivaardig, en zo niet, voor wanneer staat het in de planning?
Geen sprookje, maar een blijde boodschap
Op 11 november komt dat toch de opmaat naar: "Ze leefden nog lang en gelukkig". Het ministerie kwam met een blijde boodschap. Nu heb ik persoonlijk wel ervaring met dat brengen van blijde boodschappen, maar die hebben minder gemeen met het spreekwoordelijke 'duveltje uit het doosje'. Het eerste deel van de blijde boodschap (van EZ dan) was dat de ridder op het witte paard was gearriveerd om de slapende prinses wakker te kussen (sorry Ineke). Frans Nauta was door de staatssecretaris (welke rol moet ik hem eigenlijk geven in het sprookje?) aangesteld als ambassadeur voor het actieplan, gericht op onderwijs, zorg en de open communities. Hé, dat is opvallend! Want in het Werkplan NOiV 2009 (18 februari 2009) stond al het volgende:
Het veld van Open Organisaties alsmede (open) leveranciers worden nauw betrokken bij de aanpak van het programmabureau. Enige malen per jaar zal met de 'open community' overlegd worden onder voorzitterschap van Frans Nauta. Hij is door staatssecretaris Heemskerk, naast Erik Gerritsen, eveneens als ambassadeur van het programma gevraagd.
En ook op de website van het programmabureau wordt Frans in het voorjaar al als ambassadeur aangeduid. Misschien was dat zijn proeftijd? Je moet toch weten of een ridder op zijn witte paard kan blijven zitten. Sprookjes zijn serieuze aangelegenheden.
De blijde boodschap was ook fijn voor de vrije en open organisaties en hun plannen. Want, zo lezen wij in het persbericht:
Eind november spreekt Heemskerk opnieuw met de sector. Uit praktisch oogpunt is dit geen heel groot gezelschap, maar uiteraard staat het iedereen vrij zijn ideeën en suggesties bij de ambassadeur kenbaar te maken.
Echt, ik zie hier tal van kleine kinderen rode koontjes krijgen van het glunderen. Het verhaal lijkt toch echt een "eind goed, al goed" te krijgen. En wat handig getimed! Dat is mooi op tijd, want op 3 december wil het programmabureau een echte open bijeenkomst organiseren (vlak voor Sinterklaas, ook handig voor een sprookje). Ja, echt open, want het is een publieke bijeenkomst waar iedereen aan mee mag doen.
En? Dat is toch mooi?
En dan wil ik de pret niet drukken met een wat zurige, misschien zelfs cynische column. Dat het toch wel erg toevallig is dat het duveltje uit het doosje komt, dat het toch wel erg toevallig is dat de besloten bijeenkomst op de valreep vlak voor de open bijeenkomst plaatsvindt, dat het mij niet zou verbazen als in het besloten overleg een klein zakje met geld tevoorschijn gaat komen en enkele plannen worden gehonoreerd (of dat er nu echt afspraken worden gemaakt voor verdere concretisering, na 3 december), dat het straks op 3 december een hele vredige bijeenkomst zal worden, dat die bijeenkomst wellicht gaat eindigen in een leuke fotosessie en dat we straks een mooi fotoboekje krijgen voor onder de kerstboom. Nee, dan moet je de intentie van de sprookjesverteller respecteren. Dan moet je daar een mooie "Er was eens..." column van maken.
Maar helaas. Het was een beetje druk dit weekend met echt belangrijke dingen. Een aantal leden van Ubuntu-NL gaat voor Go4Africa een twintigtal computers gereed maken, voor een project in Gambia. Ik heb mij bezig gehouden met het maken van een aantal instructiefilmpjes en het verzamelen van open courseware, zodat de gebruikers daar lekker kunnen groeien in hun kennis van open source software. Ik moest ook nog Mandriva 2010 en OpenSUSE 11.2 op mijn laptop installeren en er kwam nog op korte termijn een verzoekje voor een lezing (zeg maar, mijn blijde boodschap). Dus, met oprecht excuus, maar de column "Er was eens..." is er dit weekend niet van gekomen. En zeg nou zelf, op onze leeftijd geloven we toch niet meer in sprookjes.
Deze column is 15 november geplaatst op Transparante Zaken.
November 6, 2009 by Jan Stedehouder
Comments (1)
Het Open 2.0 platform is nog slechts kort in de lucht (en er wordt nog volop gesleuteld aan de functionaliteiten) maar het is goed te zien dat de nieuwe aanmeldingen gestaag binnen komen. De eerste groepen zijn gevormd, de eerste discussies op gang gebracht. Op de About pagina staat meer informatie over ontstaan en doelstelling. Wat wil Open 2.0 worden/zijn?
Wouter Tebbens heeft in een e-mail bericht het woord 'hub' geïntroduceerd voor een soortgelijk platform bij FKI en daarmee wordt in een woord de plaats van Open 2.0 gevat. Het is geen overkoepelend platform, geen grote bijéénbrenger, maar een plek waar kennis, informatie en discussie samen kunnen komen. Open 2.0 ontwikkelt zich tot een nieuw ankerpunt waar vrij, open en transparant de sleutelwoorden zijn. Het begrip 'hub' omvat samenwerking, uitwisseling van kennis en informatie, de kans op met wisselende partners projecten op te zetten en grote flexibiliteit. Het is misschien ook maar goed dat Open 2.0 geen paraplu of koepelorganisatie wil zijn. Koepels krijgen al snel een eigen dynamiek, met eigen belangen en dat leidt eerder tot verstarring.
Vanochtend schoten mij gedachten te binnen over de softwarematige wortels van vrije en open source. In de Unix-wereld was/is geen voorkeur voor grote, alomvattende applicaties, maar wordt liever gekozen voor kleine, specifieke tools die goed kunnen samenwerking. Zo zie ik Open 2.0 ook. Het is vooral van belang dat ieder individu, iedere organisatie, iedere community vooral blijft doen waar hij/zij/het goed in is. Waar de eigen passie voor 'open' naar uit gaat. Open 2.0 is het platform om ideeën uit te wisselen, om het gemeenschappelijke te benadrukken zonder het eigene te verliezen.
Voor de korte termijn wordt aandacht gevraagd voor de geplande bijeenkomst van het programmabureau NOiV. Hoe kunnen wij ons als vrije en open gemeenschap het best voorbereiden op 3 december?
November 5, 2009 by Jan Stedehouder
Comments (1)
lpi, linuxworld, hcc
Deze week heb ik drie gezichten van de Nederlandse vrije en open source gemeenschap gezien. Afgelopen zaterdag was weer ouderwets leuk. De HCC! Linux themadag was natuurlijk een enorme stap voorwaarts als het gaat om samenwerking tussen verschillende, op gebruikers gerichte organisaties. De H in HCC staat voor hobby en vanuit die hobby insteek ben ik al weer jaren geleden begonnen met spelen met de computer, en later met schrijven over software. Qua opkomst was het een prima dag (200 bezoekers) en bij de verschillende tafels was het lekker druk. Ik heb niet te klagen gehad bij mijn presentaties. De eerste presentatie over Beginnen met Ubuntu zat helemaal vol, de tweede keer was de zaal ongeveer voor de helft gevuld (ik schat zo in dat een volle zaal iets van 80 plekken had). De laatste lezing over de haalbaarheid van een open source werkplek leverde een zaal op die iets meer dan helft was gevuld.
In de marge heb ik een aantal leuke gesprekken gevoerd, onder andere met een directeur van een basisschool die meer met Ubuntu wil doen, maar vervolgens vastloopt in raamcontracten voor ICT die dat niet toestaan. Wordt vervolgd, want het is natuurlijk van de gekke.
Marcel Nijenhoff van de NLLGG kwam met het voorstel om 20 februari 2010 een apart evenement te organiseren waarbij de FOSS wereld eens gaan brainstormen over verbeteringen van het NOiV actieplan. Wat mij betreft een prima idee. Als gemeenschappen moet je ook zelf het initiatief nemen en vanuit de samenleving zowel kritiek geven als bouwstenen aanreiken om het beleid te verbeteren. Wordt ook vervolgd.
De gesprekken met Marcel en Emiel Brok (AT Computing) gingen ook over LPI Nederland dat zich deze week op LinuxWorld voor het eerst zou presenteren. LPI zorgt voor certificering van Linux vaardigheden en is leveranciersonafhankelijk. Het bestaat al weer tien jaar en krijgt nu een Nederlandse afdeling. Dat moest natuurlijk wel even wereldkundig worden gemaakt en mijn bijdrage bestond uit het schrijven van het persbericht. En het een leidt dan altijd weer tot het ander.
In de mailwisseling rond het persbericht ontstond het idee om de interviewsessies op LinuxWorld uit te breiden met een gesprek over LPI Nederland. Op LinuxWorld heb ik de twee andere gezichten van de Nederlandse vrije en open source gemeenschap gezien. Op de eerste plaats is het een sales expo en de verschillende bedrijven hebben hun best gedaan. De stand van Ictivity zou je bijna megalomaan mogen noemen, maar het centrale plein met Ictivity, Red Hat en Zarafa zag er wel grandioos uit. En dan heb je wel een prachtige blikvanger waarvan de omliggende stands profiteren.
Het derde gezicht ging weer meer over politiek en beleid. Uiteindelijk heb ik drie interviewsessies gedaan. Over ODF en de OpenDoc Society, over aanbestedingen en open source en over LPI Nederland. Qua publiek viel het erg tegen maar er zijn audio opnamen gemaakt. Als die nu een beetje van goede kwaliteit zijn, dan krijgen de gesprekken toch wat meer aandacht.
In de marges van LinuxWorld weer mooie dingen gehoord. Zo zitten er drie boeken in de pijplijn: over aanbestedingen, een algemene introductie over open source en open standaarden en een boek over Ubuntu dat meer gericht is op het werken met applicaties. Prachtig om te horen en ik wens alle auteurs succes toe. Hoe groter die open source bibliotheek, hoe beter. Daarnaast gesprekken over mooie cases van organisaties die overstappen op vrije en open source software. Een verhaal wil ik nog uitdiepen. Het ging over een bedrijf met 200 werkplekken dat een bezoekje van de Business Software Alliance had gehad en daar een forse rekening aan over had gehouden. De fout? Het bedrijf had voldoende Office 2007 licenties, maar draaide Office 2003. En dat mag niet van de BSA Boyz’. Het gevolg: de directeur wil even helemaal niks meer met dit soort licenties te maken hebben en stapt over naar vrije en open source software.
Deze mooie dingen werden helaas vergezeld door een aantal andere signalen waarover ik weer mijn hoofd heb moeten schudden. Heel veel ‘off the record’ (en ja, dat wordt ook gerespecteerd vanuit Transparante Zaken), maar het algehele beeld is duidelijk. Er gebeuren veel mooie dingen in de Nederlandse vrije en open source softwarewereld. Bedrijven, organisaties en gebruikers gaan lekker verder met open source en zorgen zo voor groei in het gebruik en groei in het maatschappelijk draagvlak. Maar van de overheid moet je het in Nederland niet hebben.
November 3, 2009 by Jan Stedehouder
Comments (0)
Over één ding zijn ICT-analisten het zeker eens: de komende jaren gaat het gebruik van het open source besturingssysteem Linux bij bedrijven en overheden toenemen. In deze periode van economische krapte blijkt het investeren in Linux kostenbeparend te werken en organisaties de nodige flexibiliteit te geven om slagvaardiger te opereren. Daarnaast voeren Europa en Nederland een stimulerend ICT-beleid gericht op het gebruik van open standaarden en open source software. Kortom, de komende jaren stijgt de vraag naar ICT-ers met een solide kennis van Linux en open source software. Met de oprichting van het Linux Professional Institute Nederland wordt een antwoord op die vraag gegeven.
Het Linux Professional Institute is tien jaar geleden opgericht en is hét toonaangevende instituut voor certificering van Linux-vaardigheden. De LPI-certificaten vormen een waarborg voor werkgevers en HRM-medewerkers dat de drager over reële vaardigheden beschikt rond het inrichten en beheren van Linux-servers en werkplekken. In Nederland bieden verschillende organisaties al geruime tijd traininingen aan, gericht op het behalen van de LPI-certificaten. Zij hebben de handen inééngeslagen voor de oprichting van LPI Nederland. Emiel Brok, werkzaam bij AT Computing en één van de initiatiefnemers, zegt hierover: "Wij zien dat bedrijven behoefte hebben aan ICT-ers die deskundig zijn op het gebied van Linux en vervolgens ook flexibel ingezet kunnen worden. LPI-certificering is leveranciersonafhankelijk, evenals de bijbehorende trainingen. Organisaties die LPI-gecertificeerde medewerkers in dienst nemen hebben daardoor alle vrijheid te kiezen welke Linux-distributie zij willen gebruiken".
Bij de oprichting van LPI Nederland zijn niet alleen commerciële aanbieders van Linux-trainingen betrokken (AT Computing, Ictivity en StarTel). Naast de Fontys Hogeschool Techniek en Bedrijfsmanagement (Venlo) en Hogeschool Zuyd is ook de Nederlandse Linux gemeenschap, via de NLLGG, een actieve ondersteuner van het initiatief. Marcel Nijenhof, voorzitter van de NLLGG, ziet de oprichting van een Nederlands certificeringsinstituut als een belangrijke mijlpaal: "Als NLLGG bieden wij al jaren trainingen aan onze leden aan die voorbereiden op het behalen van LPI-certificaten. Met LPI Nederland zijn we veel beter in staat die kennis en deskundigheid onder de aandacht te brengen van bedrijven en organisaties. Wij willen ons in het bijzonder richten op het onderwijs. Aankomende ICT-ers moeten niet slechts leren werken met de software van specifieke leveranciers. Het is van belang dat zij gaan beschikken over gedegen en breed inzetbare Linux vaardigheden".
Fabrice Mous, adviseur bij Ictivity, is uitermate verheugd met de oprichting van het certificeringsinstituut LPI Nederland. "Linux en open source software zijn een gigantische groeimarkt", zo stelt hij, "de vraag naar gecertificeerde kennis over Linux stijgt dan ook de laatste jaren. Voor Ictivity is het van belang dat een onafhankelijk certificeringsinstituut zijn plek krijgt, die de kennis en kwaliteit bundelt en identificeert van aanbieders in Nederland." Mous roept de markt ook op om LPI-certificeringen randvoorwaardelijk te maken binnen de eigen producten en diensten: "Door LPI-certificering als een basiskwalificatie te beschouwen ontstaat er een onafhankelijke brede kennisbasis voor alle open source producten en diensten. LPI is daarmee niet alleen een slimme zet voor aanbieders van opleidingen en trainingen, maar ook voor klanten."
De officiële oprichtingsvergadering van LPI Nederland zal op 25 november plaatsvinden, maar al op 4 november kunt u kennis maken met het oprichtingsbestuur.
Wij nodigen u graag uit om tijdens de LinuxWorld conferentie om 14.15 uur langs te komen in de stand van LPI Central Europe Open Source Certification (E066) en samen met ons het glas champagne op de ondertekening van de intentieverklaring tussen LPI Central Europe / Open Source Certification GmbH en LPI Nederland te heffen.
Meer informatie en de mogelijkheid tot registratie (kosteloos) vind u op de website van LinuxWorld Nederland.
November 3, 2009 by Jan Stedehouder
Comments (0)
odf, opendoc society, lpi, linuxworld
Morgen mag ik mijn bijdrage leveren aan de feestvreugde op de LinuxWorld conferentie. Er staan twee interviews op de rol. Met Tom Peelen zal ik praten over de OpenDoc Society, het ODF plugfest, de stand van zaken bij de acceptatie van ODF bij de Rijksoverheid en -aangezien we weten dat die acceptatie niet echt super is- wat de redenen zijn voor de terughoudendheid. Zijn het knelpunten met de software, zijn er weerstanden of maakt onbekend simpelweg onbemind? Gezien de actualiteit kunnen we niet om de nieuwe draft van EIF v2 heen.
Het tweede interview is met Emiel Brok. Emiel werkt bij ATComputing maar morgen gaan we het hebben over LPI Nederland. Wat is de meerwaarde van certificering, in het bijzonder LPI certificering, wat gaat LPI Nederland doen en wat betekent het voor mij als trainer, HRM-medewerker of ICT-er met Linux ambities?
Uiteraard kijken we ook vooruit en wordt in beide gevallen afgesloten met de vraag: "Waar kan ik jullie op de volgende LinuxWorld op afrekenen?" ;)